
Rosékaketoe - Eolophus roseicapilla - Rose-breasted Cockatoo
De Rosékaketoe is een van de meest voorkomende kaketoes in Australië, bijna alle vakantiegangers zullen ze wel zijn tegengekomen. Ze zijn niet schuw en zijn vaak op en rond picknickplaatsen te vinden. Het is van oorsprong een bosbewoner, maar steeds vaker wordt hij in bewoonde gebieden gezien.
Rosékaketoes zijn rond de 35 cm groot en stevig gebouwd. Ze vormen paren voor het leven. Man en pop zijn te onderscheiden aan de kleur van de ogen. Bij de man is de iris echt bruin, bij de pop zit er veel meer rood in.
Van de Rosékaketoe zijn drie ondersoorten bekend;
- Eolophus roseicapilla. Roseicapillus, wordt als de nominaatvorm gezien.
- Eolophus roseicapilla kuhli, meestal iets kleiner dan de andere twee.
- Eolophus roseicapilla albiceps, heeft een andere vorm en kleur kuif.
Een dagelijks bad of douche houdt het verenpak perfect in conditie, daarnaast zijn ze er dol op.
Rosé’s nestelen in holen in rotsen en bomen, ze gebruiken nauwelijks nestmateriaal. Soms worden wat twijgen stukgekauwd of wat vermolmd hout. De pop legt gemiddeld 3 eieren, die door man en pop om beurten bebroed worden. Na ruim 3 weken komen de jongen uit en deze blijven nog zeker 7 weken in het nest.





