
Koerol - Leptosomus discolor - Cuckoo Roller
De koerol is een forse vogel, hij meet rond de 45 cm. Diverse malen is de soort ingedeeld bij de koekoeken, een keer bij de nachtzwaluwen en zelfs is gedacht aan een toerakosoort. Voor nu beschouwt men de koerol als aparte soort, geen scharrelaar, geen koekoek maar iets er tussenin.
Lang is gedacht dat de koerol enig in zijn soort was (monotypisch), maar inmiddels is duidelijk dat er nog twee ondersoorten zijn:
- de nominaatvorm komt voor op Madagascar en Mayotte
- Leptosomus discolor intermedius leeft op Anjouan
- Leptosomus discolor gracilis of Grande Comore
Mayotte, Anjouan en Grande Comore overigens, zijn eilanden behorend bij de Comoren.
Man en pop zijn eenvoudig uit elkaar te houden, de man is grijsblauw, de pop bruin gevlekt. Koerols leven als koppel
voor het leven en zijn bijna altijd in elkaars buurt.
Hij leeft in beboste gebieden en springt graag van tak naar tak. De tenen zijn daarop aangepast, de 2 buitenste tenen
wijzen naar achteren en de twee binnenste naar voren. Daarnaast is deze flinke vogel ook een prima vlieger. Hij
cirkelt vaak hoog in de lucht, gebruikmakend van de thermiek. Tijdens die vluchten laat hij vaak fraaie fluittonen
horen.
Koerols zijn echte carnivoren, ze eten vooral insecten, met sprinkhanen en rupsen als favorieten, maar ook kleine reptielen zijn niet veilig. Prooien worden in de vlucht of vanaf een uitkijkpost gevangen. Grote taaie prooien worden vaak gedood door deze tegen een tak te slaan.
Als broedplaats zoeken koerols bestaande holtes in bomen. Ze gebruiken geen nestmateriaal, de pop legt de eieren
gewoon op de bodem van de holte. De eieren zijn wit, gebruikelijk bij vogels die in holen broeden, en een legsel
bestaat gewoonlijk uit 4 eieren. De pop broedt de eieren uit, de man voert haar maar broedt zelf niet.
De jongen kruipen na 20 dagen uit de eieren en vliegen uit als ze ruim 4 weken oud zijn.





